Vol goede moed zette ik het PDF-bestand om naar Word. Ik wilde het document nog even vluchtig controleren voordat ik verderging. Al na een paar pagina's wist ik dat er iets goed mis was. Zinnen werden midden op de pagina afgebroken. Grote witte vlakken verschenen tussen alinea's. Dialogen zaten aan elkaar vast of werden juist uit elkaar getrokken door een wirwar van spaties. Ik zuchtte. Ik wist het meteen. Ik moest er voor de zesde keer doorheen. Het moeilijkste was dat er geen logische oorzaak leek te zijn. Iedere fout moest ik handmatig herstellen. Hoofdstuk voor hoofdstuk. Regel voor regel. Avond na avond zat ik weer achter mijn laptop. Ook de weekenden verdwenen in mijn manuscript. Soms vroeg ik me af hoeveel tegenslagen één boek kon hebben. Toch durfde ik niet te stoppen. Ik kende mezelf inmiddels goed genoeg. Uitstel zou afstel worden. Dus ging ik door. Want als dit verhaal mij één ding heeft geleerd, is het dat een boek niet alleen uit woorden bestaat. Het bestaat uit geduld, doorzettingsvermogen en de wil om, hoe vaak je ook teruggeworpen wordt, tóch weer de volgende bladzijde weet om te slaan. Wat blijkt. Iets zes keer overschrijven is heel normaal voor een roman.